Waarom mijn oma een brief kreeg van Godfried Bomans

door | 29 06 2022 | inspiratie

Godfried Bomans

Ze had ooit een brief gekregen van Godfried Bomans.
Ja, van de grote schrijver himself.

Apetrots was mijn oma en ze rakelde het verhaal dan ook regelmatig op. Als Bomans (of elke andere willekeurige schrijver) op tv was, of als iemand een compliment maakte over haar kookkunst, zei ze: ‘Godfried Bomans vond mijn kruidkoek lekker’.
En hup, daar kwam de anekdote weer.

Dit is de ingekorte versie, van alle superlatieven ontdaan:

In december 1962 bracht Godfried Bomans in zijn VW Kever een bezoek aan de familie Smitt, aan het Duinhof in Leiden. Willem (de oudere broer van mijn vader), een jonge journalist, had met zijn Grundig bandrecorder opnames gemaakt van radio-optredens van Bomans. Ze zouden bespreken welke opnames geschikt waren om als singles uit te geven, van die 45-toerenplaatjes.

De koffie pruttelde door en mijn oma had haar zelfgebakken kruidkoek al klaarstaan, in dikgesneden plakken. Bomans kwam binnen en plantte zich, zonder verdere introductie, in de veronderstelling dat iedereen wel wist wie hij was, in de donkerlederen leunstoel van mijn opa, die verbouwereerd middenin de woonkamer bleef staan.

Halverwege zijn kopje koffie nam Bomans een hap van een plak kruidkoek. Met zijn mond vol zei hij: “Wat een voortreffelijke koek, waar heeft u die vandaan?” Toen mijn oma antwoordde dat ze die zelf had gebakken, stond hij erop dat ze hem het recept zou toesturen. Daarna excuseerde hij zich. Er moest geschaakt worden, met Willem.

 

Mijn oma stuurde hem een kruidkoek, én het recept.

 

Ze had de kruidkoek luchtdicht verpakt en naar Bomans gestuurd. De dankbrief die hij haar stuurde, vormt de apotheose van deze familiekroniek. (Ik probeer hier zo veel mogelijk ironie in het verhaal te pompen, merk je dat?)

Deze anekdote, waarover nog regelmatig werd gekissebist tussen mijn grootouders en hun drie zonen, over onbelangrijke details zoals de kleur van Bomans’ auto en het aantal plakken kruidkoek dat hij zou hebben gegeten, bleef mijn oma onverminderd enthousiast vertellen, zelfs toen ze eind jaren negentig al zwaar dement in ‘t gesticht zat. (Het was een keurig verzorgingstehuis in Baarn, hoor, maar wij Smitten hebben een ietwat wonderlijk gevoel voor humor. De zaken wat zwaarder aanzetten is onze manier om ze luchtig te houden.)

Over zwaar en luchtig gesproken: behalve de kruidkoek bakte mijn oma ook graag een ‘natte’ cake. Deze cake kwam droog uit de oven, maar werd daarna flink bewerkt met een breinaald. In de gaten goot ze rum of grand marnier. Epic. Ook de kleinkinderen kregen een plak. Onverantwoord? Ach, het waren de jaren tachtig, die wij hebben overleefd zonder fietshelmpjes en zonnebrand factor 50. Je moet maar zo denken: die plakken natte cake waren kleiner dan de asbakken die, in de doorrookte woonkamer van mijn grootouders, op de salontafel stonden.

 

De brief van Godfried Bomans zag ik gister voor het eerst.

 

Mijn vader kwam ‘m tegen in een bureaula vol oude paperassen. Het zwierige handschrift, de ironie, de humor: Bomans ten voeten uit.

de brief die Godfried Bomans schreef aan Evia SmittJanuari 1963

Dierbaren,

In de foyer van de Stadsgehoorzaal te Leiden had ik een bom laten liggen, die ik nog van oudejaar achter in mijn auto vond. Toen het pakje kwam, dacht ik, dat het de bom was, die mij nagestuurd werd, want als ik ergens geweest ben, duurt het soms dagen eer de post mijn bezittingen weer bijeen heeft.

Tot mijn verrassing kwam er echter een koek uit, die nu reeds voor de helft op is, omdat Vic van Vriesland en Anton van Duinkerken hier verblijven, die gaarne bij de drank iets nuttigen. De beide heren laten u hartelijk groeten, evenals de gastheer,

Godfried Bomans,

die zelden in zijn leven zoiets voortreffelijks gegeten heeft.

 

Vooral die laatste regel kunnen wij, twee generaties verder, nog letterlijk opdreunen.

 

Bijzonder om ‘De Brief van Bomans’ nu eindelijk te lezen.

 

Een brief uit januari 1963. Ik zie het zo voor me: drie mannen rond de keukentafel van het prachtige huis van Bomans aan de Bloemendaalse Parkweg, bomend over het leven. Buiten vriest het ijsklontjes – het is de strengste winter van de eeuw. Er staat rum op tafel, naast een lege fles bordeaux. De snaaizucht wordt gestild met de zojuist uitgepakte ‘bomcake’ van Evia Smitt.

Ik heb de brief nooit eerder gezien – wist niet eens dat hij nog bestond, dat hij überhaupt bestond. Mijn oma kon verhalen nog weleens aandikken, de werkelijkheid net iets mooier tevoorschijn liegen. Volledig in de geest van sprookjesschrijver Bomans, trouwens. Dit hoorde ik hem zeggen in een interview:

‘Een verhaal wordt pas interessant als de verteller gaat liegen. Vanaf het moment dat hij van de werkelijke gebeurtenissen afwijkt, wordt hij boeiend, omdat wij dan te maken hebben met een creatie. Alles wat de moeite waard is ontstaat in de menselijke geest.’

De brief van Bomans bewijst het: er was écht een kruidkoek, en geen broodje aap. Het is alsof ik mijn oma triomfantelijk hoor lachen. Zie je wel.

 

Het geheim van mijn oma’s kruidkoek?

 

Weet ik niet. Het recept ligt bij de familie Bomans. Ik heb geen idee wat erin zat.
In ieder geval liefde.

Heel veel liefde.